Waarom we zijn begonnen

“Waarom nóg een islamitisch instituut?” Die vraag krijgen we te weinig. En het is een terechte vraag.

Nederland kent inmiddels veel initiatieven. Er zijn moskeeën die lessen organiseren, online platforms, weekendopleidingen en studiekringen. Daar zijn we oprecht blij mee. Elke plek waar mensen dichter bij Allah ﷻ komen en hun religie beter leren begrijpen, is een aanwinst voor de gemeenschap.

Waarom zijn wij dan toch begonnen? Het antwoord ligt in onze eigen zoektocht — en in wat wij onder een instituut verstaan.

We waren eerst zelf student

Voordat we een stichting oprichtten, waren we vooral student. Net als zoveel anderen begonnen we met een eerste cursus. Daarna een tweede. Vervolgens ergens anders een derde — soms bij andere docenten, soms bleven we langer bij één. Sommigen van ons reisden door het land voor lessen, luisterden online naar geleerden en probeerden zoveel mogelijk te leren.

Dat waren mooie jaren. We hebben veel geleerd van docenten aan wie we nog steeds veel te danken hebben.

Maar er viel ons iets op. Veel studenten liepen tegen dezelfde vragen aan. “Welke cursus volg ik hierna? Welke boeken horen bij elkaar? Hoe weet ik of ik niets belangrijks oversla? Hoe groei ik van beginner naar iemand met een degelijk fundament? En hoe zit het met onze vorming — onze tarbiyya?”

Vaak was daar geen duidelijk antwoord op. De studenten die zich wél sterk ontwikkelden, waren meestal degenen die structureel bij één docent bleven, met een structurele methode. Niet omdat andere docenten hun werk niet goed deden, maar omdat veel onderwijs uit losse onderdelen bestond — en omdat een docent nooit kan overdragen wat hij zelf niet bezit.

We misten een kennisinstituut

Langzaam groeide het besef dat Nederland niet zozeer behoefte had aan nóg een cursus. En ook niet aan wat tegenwoordig snel een ‘instituut’ wordt genoemd. Bijna elke docent, shaykh of moskee heeft er tegenwoordig een. Bij nader inzien zijn dat vaak initiatieven van één of twee docenten met een paar vrijwilligers. Dat is niet wat wij onder een kennisinstituut verstaan.

Wanneer wij over een kennisinstituut spreken, bedoelen we geen modern onderwijsbedrijf en geen verzameling cursussen. We sluiten aan bij een traditie die de islamitische beschaving eeuwenlang heeft gekenmerkt.

Al vroeg in de islamitische geschiedenis ontstonden grote klassieke onderwijsinstellingen (madrasa, meervoud madaris) die uitgroeiden tot centra van kennis. Denk aan de Nizamiyya in Bagdad en Nishapur, de Zaytuna in Tunis, de Qarawiyyin in Fez en al-Azhar in Caïro. Van Marokko tot Indonesië werden generaties geleerden in zulke madaris gevormd.

We vergelijken onszelf niet met die grote instellingen. We benadrukken alleen dat hun uitgangspunten ook vandaag gelden: continuïteit, kwaliteit, begeleiding en systematische overdracht van kennis door bekwame docenten.

Wat ze gemeen hadden: ze draaiden niet op één docent of één cursus. Het waren duurzame instituten waarin meerdere wetenschappen werden onderwezen en waarin docenten elkaar opvolgden — de student van vandaag werd na jaren de shaykh van de volgende generatie.

Een student begon vaak met de Qur’an en de Arabische taal. Daarna volgden de basisvakken: rechtsleer (fiqh), geloofsleer (aqida), innerlijke vorming (tasawwuf) en andere wetenschappen. Vervolgens kwamen de gevorderde werken, afhankelijk van niveau en specialisatie. Die geleidelijke opbouw kwam voort uit een zorgvuldig curriculum dat in sommige madaris eeuwenlang werd verfijnd.

In díe traditie plaatsen wij ons.

Niet omdat wij alles weten

Tijdens onze studie ontdekten we iets opvallends. De antwoorden op de vragen waar we in Nederland tegenaan liepen, vonden we niet in moderne managementboeken, maar in de geschiedenis van de islamitische beschaving. Eeuwenlang bestonden er madaris waarin alles al aanwezig was waar wij naar zochten: een duidelijke leerlijn, een zorgvuldig curriculum, gespecialiseerde docenten en een gemeenschap die verantwoordelijkheid nam voor haar kennisinstituten.

Toen dachten we: misschien hoeven we niets nieuws te bedenken. Misschien moeten we juist opnieuw leren van wat onze voorgangers hebben opgebouwd. Beter goed geleend dan verkeerd bedacht.

Onze leraren en geleerden (mashayikh) en docenten zijn verantwoordelijk voor de inhoud, de boeken, het curriculum en de vorming van studenten. Wij scheppen vooral de voorwaarden waaronder zij dat werk zo goed mogelijk kunnen doen: organisatie, ICT, financiën, planning, communicatie en de verdere opbouw van het instituut. Iedereen draagt verantwoordelijkheid voor wat hij of zij goed kan.

Een lange adem

Wat we bouwen, bouw je niet in één jaar. Daarom denken we niet in losse cursussen, in deze of gene docent, of in aantallen studenten. We denken in leerlijnen en in een team dat elkaar aanvult. En vooral in kwaliteit: vijf tot zeven jaar structurele studie, ook als daar aan het eind maar een handvol echte geleerden en imams uit voortkomen.

Eigenlijk hopen we dat mensen over één generatie nauwelijks nog weten wie de oprichters waren — maar wél spreken over díe imam, shaykh of docent die bij ons is opgeleid. Dat over honderd jaar ketens van overdracht door heel West-Europa via onze docenten en studenten lopen.

Dat zou betekenen dat het instituut belangrijker is geworden dan de mensen die eraan begonnen. Waar het om gaat: dat er over meerdere generaties nog steeds geleerden, imams en docenten zijn die onze nazaten hun geloof bijbrengen, insha’Allah.

Als dat lukt, is de stichting geslaagd.

Wil je hieraan bijdragen? Doneren kan hier of sluit je aan bij 12.000 Sterk.

Ontdek de diepte en schoonheid van de islamitische geloofsleer en hoe het je leven kan veranderen. Meld je aan voor De Gids van ibn ‘Ashir en begin aan een reis vol wijsheid en betekenis!